zondag 1 oktober 2017

beter voelen


Het 'even teveel' wat werk betreft leidt tot een zoektocht. Hoe komt het dat ik de grens niet gevoeld heb? Dat het even duurde voordat ik een idee had hoe het nu eigenlijk met me was?

Deze periode voelt als 'groot onderhoud'. Terwijl het leven deels gewoon doorgaat, ga ik met een coach op zoek naar opgebouwde patronen. Sommige al heel oud.
Ik kom weer terug bij 'het meisje op de pianokruk', dat ik in mijn boek beschreef. Overspoeld door dat wat te groot was probeerde ze vooral zo goed mogelijk haar best te doen.


Beter voelen.... dat is mijn zoektocht voor nu. 
Er geen afstand van nemen. Daarmee zet ik ook de ander op afstand. 
Toelaten wat minder mooi en prettig is; er naar luisteren. 


Om dan ineens te beseffen dat dit beeld van niet-alleen-gaan al heel lang met me meegaat: de icoon van Christus en zijn vriend. De Eeuwige die naast me gaat, bron van liefde, mededogen en nabijheid. 



Noot aan de lezer: het is heel wat, om te kunnen en durven delen wat je meemaakt, met pijn en al. Dat we elkaar daar maar bij mogen helpen, dat we geholpen worden, dan wens ik ons toe. And lots of hugs!


Het meisje op de pianokruk, uit "Mooi niet alleen" p.15

Ik zat op de pianokruk maar ik geloof niet dat ik de toetsen aangeraakt heb.
Het huis was helemaal leeg en stil. Oorverdovend stil.
Ik was alleen. Alleen met mijn gedachten. (..)
Mijn ouders waren naar het ziekenhuis. De politie was komen vertellen dat mijn zusje – 12 jaar oud, net drie weken brugklasser op het gymnasium waar ik in de derde klas zat – een ongeluk had
gehad op weg naar huis.
Ik wilde niet mee. Of kon ik niet mee naar de intensive care en bleef ik daarom alleen thuis? Ik weet het niet zeker. Klopt mijn herinnering wel?
Het beeld van dat meisje op die pianokruk in het stille huis is als een icoon in mijn herinnering opgeslagen. Dát was alleen-zijn. Zo alleen kan ik zijn. Zo eenzaam.

maandag 11 september 2017

flow

'Breng me naar het water' zou een goed lijflied voor mij zijn. Als ik ruimte in mijn hoofd zoek, dan ga ik naar het water.
De zon op het Amsterdamse IJ doet me dieper ademhalen. Op de Kop van Zuid, uitkijkend over de Maas midden in de stad, kom ik een beetje thuis. Toen ik aan de Krommerijn woonde werd ik rustig van het stromende water. En nu ik in Wijk bij Duurstede woon, loop ik naar de Lekdijk om in de verte de binnenschepen te zien aankomen. Het liefst zit ik in het zand aan zee, om eindeloos te luisteren naar het geluid van de golven.
Water dat stroomt voedt mijn vertrouwen in 'flow'; vertrouwen dat wat vastzit ooit in beweging zal komen. Nu misschien nog niet, maar ooit..

Geloven en 'flow' hebben voor mij veel met elkaar te maken. Gisteren mocht ik vanaf de kansel (s)preken over het verhaal van Zacheus, de 'zakkenvuller' die door Jezus opgemerkt uit zijn boom klimt en zijn leven verandert in de goede richting. Waar Jezus verschijnt komt ‘flow’  - dat wat vast zit gaat stromen, een mens komt in beweging.
'Jezus die langs het water liep' (de eerste regel van een lied dat in de kerk gezongen wordt) wist mensen aan te spreken op hun verlangen, diep verborgen misschien. Ze veranderen hun leven.
Zo is God, vermoed ik...

De hele preek over Zacheus is na te lezen op de website van de Protestantse gemeente Houten. kerkdiensten kun je daar ook terugluisteren. 

zaterdag 9 september 2017

teveel van het goede

Na de vakantie lukte het niet om weer op volle kracht te beginnen. Ik heb echt het leukste werk van de wereld als predikant, maar toch.. kun je ook daarvan teveel hebben.Teveel van het goede. 
Het werk in Wijk bij Duurstede en voor de pioniersplek ZIN ligt een aantal weken stil en verder let ik beter op mijn grenzen. Bij allerlei gesprekjes over ‘hoe gaat het, hoe was je vakantie?’ merk ik, dat de ervaring van ‘even teveel hebben’ bij veel mensen herkenning oproept. Ik voel me verbonden met ieder die aan den lijve merkt, dat er grenzen zijn aan wat je kunt. 
Op zoek naar de grenzen dus… en binnen die grenzen mag ik het leukste werk van de wereld doen. Meer ontspannen, minder ingespannen, dat hoop ik.

donderdag 29 juni 2017

vakantie vieren

Vakantie vieren, hoe doe je dat? Ik vraag het me niet voor het eerst af. Het is een terugkerende kwestie, vooral sinds ik single ben.
Ik geniet van hard werken. Beter gezegd: van leuk bezig zijn.
Mijn vak uitoefenen en een roeping volgen,  iets doen als vrijwilliger of zorgen aan mijn kinderen besteden, dat geeft een gevoel van verbondenheid –deel zijn van iets. Genietend van nieuwe ideeën, contact en momenten van herkenning.
Soms is het ineens even op. En dat vind ik veel lastiger te hanteren dan ‘te druk’ zijn. Als de stroom ideeën ophoudt – omdat er niet voldoende oplaadruimte tussen de mooie en leuke dingen in was? – herken ik mezelf niet. Of eigenlijk: dan vind ik mezelf niet zo leuk.

Pauzes zijn nodig. God zelf deed het; de Eeuwige zag dat het goed was, en nam daar de tijd voor.
Is dat waar vakantie voor is: de tijd nemen om te zien ‘dat het goed is?’
Is dat alles? En hoe doe je dat dan?

Tips zijn welkom :-) 

(foto: Jolinda van de Beukel)

zaterdag 17 juni 2017

herders op Roze zaterdag

Schapen zonder herder zijn het, die Jezus in beweging zetten in Matteus 9, 36. Afgemat, ziek, zoekend… Jezus zendt de leerlingen uit als herders voor hen, om voor hen te zorgen. Want herders hebben ze nodig.
Ik moest zo aan deze tekst denken gisteren, toen het verdrietige nieuws kwam dat de lhbt gemeenschap niet welkom is in de kathedraal van den Bosch, voor een viering en een zegen van de bisschop op Roze zaterdag. Er waren waarschijnlijk teveel schapen – medegelovigen, en herders – priesters in het bisdom, die moeite hadden met deze open deur.
Het lijkt erop dat de moeite vooral zat in de het feest-gehalte van de Roze zaterdag. Waren het maar alleen gewonde, zichtbaar afgematte, ingetogen schapen geweest, de bezoekers van Roze zaterdag, dan was de deur misschien wel open gegaan. Maar het vieren van het leven, ook lichamelijk, en uitbundig, lijkt een brug te ver.
Les Noces de Cana, Louis Kahn, 1949
Ik troost me met de gedachte, dat Jezus wel aanschoof bij een huwelijk, aan tafels waar vrolijk gedronken en gegeten werd. Hij zag wel, dat daar ook moede en afgematte mensen zaten, op zoek naar een zegen, naar gezien worden door de Eeuwige. Die Jezus zendt zijn herders uit – ook op feesten en partijen, waar de afwijzing wordt weggedanst en het verdriet even vergeten, waar het leven gevierd wordt, tegen de klippen op. Om daar tot zegen te zijn.. om het leven in zijn geheel te zegenen.

maandag 5 juni 2017

Mijn dochter is 14


Mijn dochter is 14. Leeftijdgenoten appen op eerste Pinksterdag geschrokken, dat ze de deur niet meer uit durven...  Op Facebook lees ik dat moeders hun kleine meisjes niet meer alleen buiten laten spelen. Nog geen blokje om mogen ze alleen.
Onze kinderen zijn kwetsbaar en daardoor voelen ouders zich nòg kwetsbaarder.
Want wat als er een chauffeur op de snelweg in slaap valt tijdens hun schoolreis? Wat als er een fanaticus het concert van hun tieneridool als doelwit kiest? Wat als er een kerel zijn gewelddadige seksualiteit niet bedwingen kan? Wat als het kwaad om de hoek is?
We hebben verhalen nodig over goed en kwaad, die ons helpen met het kwaad om de hoek om te gaan.
En nee, niet verhalen waarin alle kwaden tot moes geslagen worden en de goeden zich veilig terugtrekken achter de gordijnen. Want zo eenvoudig is het nu eenmaal niet, om goed en kwaad te onderscheiden.
Kwaad schuilt in iemand van wie je het niet verwacht. En niet per se in degene waar angst zich als eerste aan hecht; degene die anders is dan ik bijvoorbeeld. In mij schuilt ook kwaad.. . het is niet alleen buiten, het is ook binnen.
Er is goed en er is kwaad. Dat is verschrikkelijk, maar het is realiteit. Dat is de wereld waarin wij leven, waarin wij naar buiten moeten. Kwetsbaar als we zijn, gewond door wat ons aanvalt of overkomt. Kwetsbaar: zomaar overmand door kwade gedachten, door donkere wolken en haat van binnenuit.
En daarom hebben we verhalen nodig over hoop, en over dapperheid. Hoop op het goede dat dieper zit dan het kwaad, dapperheid om het kwade te onderscheiden en te weerstaan.
Waarom vertel ik mijn kinderen zo weinig verhalen over Jezus – wie wist beter dan hij van kwaad en en kwetsbaarheid en van hoop? Ik vraag het me vandaag weer af.
Ze hebben die verhalen zo nodig..
Verhalen die moed geven om te onderzoeken wat goed is en wat niet. Verhalen die moed geven om te hopen. Verhalen die moed geven om niet weg te lopen bij wie getroffen wordt, als het kwaad grote gaten slaat.
Moed om te blijven geloven dat onze kinderen in deze wereld van goed en kwaad naar buiten kunnen. Omdat wij hen verhalen geleerd hebben over hoop en dapperheid en kwetsbaarheid.

foto's: Jolinda van de Beukel

*zaterdag is er het ZIN festival ‘Op zoek naar WIJ’ – een plek waar verbindende verhalen worden opgediept en gedeeld.

maandag 29 mei 2017

Jullie zijn het licht

overdenking in de afsluitende viering van de Charismatische conventie 

Het thema van de 42e Hemelvaartsconferentie van de CWN/CWJ was 'Kom tevoorschijn'.
Zelf was ik na bijna 30 jaar weer 'terug' bij de CWN. Het was vertrouwd en vernieuwend tegelijk. En hartverwarmend.
In de zondagmorgenviering mocht ik spreken. Het thema was 'Laat je licht schijnen', bij Matteus 5: 11 - 15
"Jullie zijn het licht van de wereld", zegt Jezus.
Licht, daar werk je niet aan. Het is er.. als het er eenmaal is dan verspreidt het zich en houd je het niet tegen. Het vecht niet, het voert geen strijd. Het straalt alleen maar. Tenzij je er iets overheen zet en je verstopt.

Om tevoorschijn te komen is behalve moed ook veiligheid nodig. Deze conventie is zo’n plek, een plek waar het veilig is. Aan die sfeer van veiligheid dragen al die sprekers die hier op het podium gestaan hebben bij, met hun verhalen waarin ze hun eigen pijnlijke plekken en dat wat genezen en groeien moest niet wegmoffelden.
Niet per se van het ene op het andere moment.. Dineke van Kooten vertelde over haar 14 jaar op bed. Ziek.. en alle tijd om te leren, te ontdekken. Totdat ze weer op haar benen kon staan.
Wat een geduld heb je nodig, soms.. kleine stapjes..

Het is hier niet raar om niet ‘af’ te zijn, en wat niet af is wordt letterlijk liefdevol aangeraakt. Bij de ziekenzalving, bij gebed, zegen – er zijn handen die je aanraken. Ook dat geeft vertrouwen en moed.
Om tevoorschijn te komen, te zijn wie je bent. Met alles er op er aan.
Het is hier niet raar om niet ‘af’ te zijn, om te laten zien dat je leven soms meer op een verknalfuif lijkt dan op een succes feestje. Voor 'onaf zijn' is hier ruimte, omdat er tegelijk vertrouwen is dat er groei is – door de Geest.

Het grootste inzicht dat ik opdeed bij het lezen van deze woorden van Jezus was dat hij: "jullie zijn het licht van de wereld". Hij zegt niet "jij bent het licht". Dat zijn woorden die alleen voor Jezus zelf opgaan. Hij is het licht voor de wereld. Voor ons geldt dat het in meervoud tegen ons gezegd wordt.
Denk niet dat jij het licht van God in je eentje uitstralen moet.
Ik vind het een opluchting Ik weet niet hoe het met jou is, maar ik heb die neiging wel – om te denken dat ik het alleen moet doen. Alsof het alleen van mij afhangt. En er iets heel erg mis gaat als ik faal. Daar word je bang van. Logisch... En dan ben ik ook nog eens bang om te verbleken in vergelijking met  het licht van een ander. Dan wordt het best moeilijk om tevoorschijn te komen, als jij hèt licht moet zijn.


Toen ik ging scheiden na jaren ploeteren en denken dat er toch een weg moest zijn om het goed te doen viel ik voor mezelf van een voetstuk.
En ik was zelf degene die op dat voetstuk van niet mogen falen geklommen was. Eigenlijk was ik op de stoel van God gaan zitten, met al mijn perfectionisme. Ergens in mijn jeugd had ik de overtuiging opgedaan dat God van mij verlangde dat ik ànders werd, een betere versie van mezelf. Ik zie mezelf nog op de grond zitten in de oecumenische kloostergemeenschap van Taizé, op mijn knieën op de harde grond. Met gebogen hoofd bad ik, dat de negatieve dingen uit mij zouden verdwijnen. Pas later, soppend door de modder op het eiland Iona, leerde ik dat God mij wilde omarmen mèt alles erop en eraan. Het knielen heb ik toen een poosje achterwege gelaten. Nu kan ik het weer zonder dat ik me daarbij onnodig klein maak.*

Je moet van je voetstuk komen om als die lamp op een standaard licht te kunnen verspreiden.
Jezus zegt: "jullie zijn het licht". Die jullie, dat zijn de mensen van de zaligsprekingen, hier vlak voor uitgesproken, die gelukkig genoemd worden. Verdrietig, kwetsbaar, gewond, afgewezen als ze zij. Die ploeterende mensen zijn het die het licht zijn. In wie de Geest van Christus zichtbaar wordt. Het zijn doorschijnende mensen… steeds minder met zichzelf bezig, steeds meer verbonden met Christus.

Jullie zijn het licht van de wereld.... Maar we kunnen het alleen in verbondenheid, dat stralen. Licht in allerlie soorten en maten, flakkerend, bleekjes, vrolijk stralend en even op een laag pitje… samen is het licht voor de wereld. We kunnen het alleen in verbondenheid.
En wie weet… kom op een onverwachte plek iemand tegen, die haar of zijn licht met je deelt. Misschien is het Christus wel, de Geest die je met een liefdevol grapje verrast.
Ga met God, in Gods licht.

* deze passage is afkomstig uit het boek 'Mooi niet alleen'.
foto's: Benne Holwerda